oondi | Gratis artikels. Schrijf tegen betaling.


Auteur: siddeman
Gepubliceerd: 2006-12-21 19:11:38
Laatste wijziging: 2006-12-21 19:14:03
Labels: atoombom hiroshima japan woii
Print Print
E-mail E-mail
PDF PDF

Economische crisis


In de jaren die voorafgingen aan de Tweede Wereldoorlog voerde Japan noodgedwongen een agressieve, militaristische politiek gericht op territoriale expansie. Wereldwijd heerste een economische crisis van formaat, en ook in Japan staken sociale, politieke en economische problemen de kop op; corruptie en politiek wanbeheer waren alomtegenwoordig. Er werd ijverig gezocht naar een manier om het nationale herstel te bespoedigen. De politieke rechterzijde kwam in actie, wat resulteerde in talloze aanslagen op grote Japanse politieke machthebbers (o.a. de stichter van de Yasuda Zaibatsu, Yasuda Zenjirô) door een ultra-nationalistische organisatie die zichzelf 'het Bloedverbond' noemde. Binnen het leger vormde zich een extremistische groepering (de Sakura-Kai), bestaande uit militairen die verontwaardigd waren door de interne problematiek in Japan en die een militaire regering wilden installeren (met enkele mislukte staatsgrepen als gevolg). De enige oplossing voor de economische problemen, meende men, was een invasie op Chinees grondgebied. In september 1931 werd Mantsjoerije bijgevolg in een blitzkrieg bezet door het Japanse Kantô-leger om aldus het aan grondstoffen rijke gebied volledig afhankelijk van Japan te maken. Dit militaire optreden werd door de grote massa met veel gejuich onthaald, maar door de Volkenbond met klem afgekeurd. In maart 1932 werd de nieuwe staat Manshoku (Manzhouguo) uitgeroepen, met als staatshoofd de afgezette Chinese keizer Bu Yi. De Volkenbond eiste een terugtrekking van de troepen en de afbouw van die staat, waarop Japan reageerde door in 1933 uit de Volkenbond te treden. Ondertussen was het land er met een industriële opbloei in Manshoku en een verdubbeling van de Japanse export in geslaagd een heropstanding uit de economische depressie te bewerkstelligen. Mede door het 15 mei-incident (de moord op premier Inukai, die bakzeil haalde voor de militairen na de invasie) viel de politieke besluitvorming nu volledig in handen van het leger (bijgestaan door het grootkapitaal). Binnen het leger ontstond nu een drieledige kloof: jong versus oud, landmacht versus zeemacht en Tôsei-Ha versus Kôdôha (2 rivaliserende facties die strijd leverden om controle van het leger). Een 'mislukte' staatsgreep ondernomen door de Kôdôha (het 26 februari-incident) leidde evenwel tot resultaten: de militairen kregen totale controle over zowel het burgerlijke bestuur als het buitenlandse beleid. De politieke invloed van het leger groeide zozeer dat een nieuwe beleidsnorm aanvaard werd door het kabinet: zuidwaartse expansie.

Sino-Japanse Oorlog


Hoewel politieke partijen aanvankelijk nog steeds bij kabinetsformaties betrokken werden, brokkelde hun integriteit zienderogen af. Ze probeerden tijdens de talloze verkiezingen hun invloed terug te winnen, maar tevergeefs. Het volk was te opgetogen over de successen die het leger boekte (met name in de provincies Hebei, Shandong, Shanxi, Chahar en Shinen), alsook over de economisch-sociale stabiliteit die eruit voortvloeide. De pas benoemde premier Konoe Fumimaro, een notoir voorstander van de expansie in China, richtte in 1937 het 'Cabinet Planning Office' op, dat de militairen alleen maar meer bestuursmiddelen verschafte. Als gevolg van een incident tussen Chinese en Japanse troepen (waarbij enkele schoten uitgewisseld werden en waarvan de aanleiding tot op heden onbekend blijft) brak in juli van datzelfde jaar de Chinees-Japanse Oorlog uit, een uitzichtloze uitputtingsslag tussen het Japanse leger en de nationalistische regering van Chiang Kai Shek die nog tot aan het einde van de Tweede Wereldoorlog zou voortduren. Het oosten van China werd geheel veroverd en marionettenregeringen werden ingesteld om te collaboreren met de Nieuwe Orde: het Pan-Aziatische Welvaartsrijk. Bemiddelingspogingen van Chinese kant waren tevergeefs.

Opkomst fascisme en toenemende militarisering


Stilaan werd er een verandering in het economische beleid merkbaar - staatsleningen werden uitgeschreven om bewapening te betalen - en de industriële nijverheid werd afgestemd op de militaire vraag. In deze geest werd ook de oproep van de overheid tot 'mentale mobilisatie van de natie' in een wet gegoten, waardoor ze mankracht en materieel kon opeisen in het kader van de landsverdediging (dit verschafte de militaire dictatuur ook wettelijke verantwoording). Intellectuele onderdrukking en eenzijdigheid namen toe, met als gevolg de verwerping van alle niet-fascistisch opvattingen en het ontslag en de arrestatie van linksdenkenden. Het nationalisme in onderwijs en filosofisch denken nam toe, evenals de vijandigheid tegenover alles wat Westers was. Politici ijverden onder de noemer 'Beweging van de Nieuwe Orde' voor de oprichting van één enkele Nationale Partij, en zo werd de éénpartijdictatuur stilaan een feit. De basis ervoor werd de Taisei yokusan-kai (The Imperial Rule Assistance Association), een soort spionageorgaan dat onder alle rangen en standen toezag op het vervullen van de plichten jegens de Troon, en het land in een sluier van nationale consensus probeerde te hullen. De economie werd verder gemilitariseerd door de uitvaardiging van 'opeisingswetten' (arbeiders droegen onder dwang bij tot de militaire productie) en de proclamatie van 'de Nieuwe economische orde' (financiële conglomeraten kregen volledige controle over de zware nijverheid).

Aanloop naar de oorlog


In 1937 werd het Driemogendhedenpact tussen Japan, Duitsland en Italië gesloten (met als katalysator de Spaanse burgeroorlog), waardoor 'de As Rome-Berlijn-Tokyo' ontstond. De politieke legitimatie van dat pact luidde dat het diende als verdediging tegen de Sovjet-Unie en het internationale communisme, maar in feite was het een manier om de banden tussen de fascistische landen nauwer aan te halen. Duitsland sloot zonder medeweten van Japan een niet-aanvalspact af met de Sovjet-Unie, waarna het Polen binnenviel: het officiële startsein van de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de neutrale houding die Japan aanvankelijk aannam leidde de overeenkomst met haar 2 fascistische bondgenoten, gecombineerd met haar expansiedrang in China (Japan was inmiddels al doorgedrongen tot de grens met Frans Indo-China), tot het verzuren van de relaties met Frankrijk, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. De Engelsen voerden de hulp aan de Chinese nationalisten op en het bijna 5 decennia oude Amerikaans-Japanse Handels- en zeevaartverdrag werd in 1939 door de Amerikanen (die de Japanse terreinwinst niet wilden erkennen) opgezegd. In 1940 werd ook een embargo op o.a. oorlogsartikelen en brandstof uitgevaardigd waardoor Japan verplicht werd petroleum, rubber, tin enz... vanuit Indonesië aan te voeren. In een poging om te bemiddelen werd admiraal Nomura Kichisaburo, die er een goede relatie met president Roosevelt op nahield, aangesteld als ambassadeur. Helaas liepen de bemiddelingspogingen uit op een sisser en toen Japan net als Duitsland het niet-aanvalspact met Rusland ondertekende en uiteindelijk ook Frans Indo-China bezette, was voor de V.S. de maat vol. Een volledig olie-embargo, oftewel de ABCD-blokkade (American, British, Chinese, Dutch) werd afgekondigd en bestempeld als een 'point of no return'. In september 1941 werd door de bestuursraad van burgerlijke en militaire zaken in Japan besloten dat men tot oorlog zou overgaan als de onderhandelingen niet binnen de maand hun vruchten zouden afwerpen (de 'deadline' werd vastgelegd op 1 december): het anti-Amerikaanse Tôjô-kabinet werd in het leven geroepen en ook in Amerika nam de oorlogsbereidheid toe.

Uitbreken van de oorlog


Op 7 december 1941 viel het Japanse leger zonder officiële oorlogsverklaring de Amerikaanse vloot in Pearl Harbor aan en een dag later verklaarde het officieel de oorlog aan de V.S., Nederland en Groot-Brittannië. Nog geen zes maanden later had Japan de Westerse mogendheden door de respectievelijke bezetting van Manila (Filippijnen), Singapore (Maleisië), Hongkong (China), Java en Sumatra (Indonesië) uit geheel Oost- en Zuidoost-Azië verdreven en de belangrijkste strategische steunpunten in de Stille Oceaan bezet. Japan beheerste een gebied dat zich uitstrekte van de Solomon-eilanden tot Birma en 'Doa Kyokei Ken' (Greater East Asia Prosperity Sphere) genoemd werd. De bezetting was er één van uiterst repressieve aard: plaatselijke bevolkingen werden sterk belast en onderdrukt terwijl grondstoffen werden benut voor het voeden van het Japanse oorlogsapparaat. Het keerpunt van de oorlog kwam er voor Japan met de Slag om Midway (juni 1942), waardoor het haar vier beste vliegdekschepen verloor en daarmee ook het overwicht in en rond de Stille Oceaan. Amerika verkreeg te land en ter zee militaire hegemonie en de Japanners werden door talloze nederlagen in de verdediging gedwongen. Het ongunstig verlopen van de oorlog leidde tot een zoveelste toename van de militaire dictatuur en repressie, waardoor van vrije meningsuiting onmogelijk nog sprake was. De algehele volksmobilisatie riep nieuwe politieke organisaties en buurtcomités in het leven, en propagandistische slogans werden dagelijkse kost. Vanaf 1943 kreeg het land quasi-continu te maken met bombardementen, wat de industriële productie allesbehalve ten goede kwam en waardoor in totaal 668.000 burgers het leven lieten. De hoogst noodzakelijke levensmiddelen werden schaars en er onstond een groot gebrek aan arbeidskrachten: mensen uit alle mogelijke bevolkingsklassen (studenten, kinderen, vrouwen en ouderen) werden ingezet bij de oorlogsproductie en verdedigingcursussen. In oktober 1944 heroverden Amerikaanse troepen de Filippijnen en in maart 1945 plantten ze ook hun vlag op het eiland Iwo Jima (tevens het eerste stuk Japanse grondgebied dat veroverd werd). Hoewel Okinawa in juni ten val kwam en de Geallieerden ook aan het Westerse front steevast successen boekten, raakte het Japanse leger, opgezweept door de regering van Koiso Kuniyaki (ingesteld nadat ook de stad Saigon ingenomen was), niet ontmoedigd. De onvoorwaardelijke capitulatie van Duitsland was echter de voorbode van een verpletterende nederlaag.

De Potsdam-conferentie

In februari 1945 werd het eindoffensief van de Geallieerden door de grote wereldleiders besproken op de Yalta-Conferentie. Wat later, in juni van datzelfde jaar, werden de toen getrokken conclusies tijdens de Conferentie van Potsdam, die plaatsvond in een Berlijnse buitenwijk, geformaliseerd. De belangrijkste afgevaardigden op de conferentie waren Truman, Stalin en Churchill (die uiteindelijk door Clement Attlee, zijn plaatsvervanger als nieuwe Britse premier, vervangen werd). Men kwam tot een akkoord en op 26 juli werd de Verklaring van Potsdam (Potsudamu Sengen) ondertekend door de V.S., Groot-Brittannië, Frankrijk, China en de Sovjetunie. In die verklaring waren de prioritaire aandachtspunten vervat omtrent het beëindigen van de oorlog en het bepalen van de na-oorlogse verhoudingen en grenzen.

Inhoud van de Potsdam-verklaring


De punten die ongetwijfeld de meeste aandacht genoten, waren:

  • de samenstelling van een raad (bestaande uit de Ministers van Buitenlandse Zaken van alle aan de conferentie deelnemende landen) verantwoordelijk voor het opstellen van vredesverdragen met Italië, Roemenië, Bulgarije, Hongarije en Finland en het bepalen van territoriale herschikkingen en 'schadevergoedingen'.
  • bepalen van doelstellingen en voorwaarden bij de bezetting van Duitsland:
    • Duitsland moet aanschouwd worden als een economische eenheid onder een geallieerd gezag;
    • arrestatie en vervolging van Duitse oorlogsmisdadigers, die zich schuldig hadden gemaakt aan wreedheden en misdaden tegen de mensheid;
    • demilitarisatie (meer bepaald ontwapening en de ontmanteling/inbezitname van de militaire industrie);
    • tijdelijke afwezigheid van een centraal Duits gezag;
    • boetebetaling/reparatie door Duitsland in die mate dat het land en haar inwoners zonder buitenlandse hulp kunnen voortbestaan.
  • erkenning van de in het verschiet zijnde verkiezingen in Polen en de herverdeling van Korea.
  • eisen aan Japan:
    • onvoorwaardelijke overgave en het blijk geven van goede wil met het oog op die daad;
    • garantie dat Japan in de toekomst geen bedreiging meer zou vormen voor de wereldvrede;
    • bestraffing van Japanse oorlogsmisdadigers;
    • herstellen van vrijheid en mensenrechten in Japan.

Reactie van Japan


Japan had nog slechts 2 voorwaarden voor een capitulatie: het behoud van het land als natie, en het behoud van de keizerlijke dynastie. In de verklaring werd met geen woord gerept over de rol die de keizer in de toekomst zou spelen, noch over de keizer als persoon en dus was men bang dat het eeuwenoude instituut zou verdwijnen. Hoewel velen beseften dat het einde van de oorlog in zicht was en er een verandering van de publieke opinie ontstond werd al snel duidelijk dat de Japanse legerleiding zich niet zou schikken naar de eisen van haar Westerse vijanden. Op 28 juli meldde de Japanse premier Suzuki dat er geen sprake zou zijn van overgave. Wellicht voelde een overgave voor veel conservatievelingen die actief waren binnen de legerleiding aan als ontrouw aan de aloude samoeraigeest, zodat er voor hen nog slechts één dilemma restte: 'winnen of sterven'.

Nucleaire oorlogsvoering

Ontwikkeling van de atoombom en beslissing tot gebruik


Al van voor het begin van de Tweede Wereldoorlog had de wereldvermaarde fysicus Einstein de Amerikaanse president Roosevelt erop gewezen dat Duitse wetenschappers mogelijk over de technische know-how beschikten om in de zeer nabije toekomst een atoombom te ontwikkelen. In 1939 was in Amerika onder invloed van die dreiging het Manhattan-project, een uiterst geheim project onder leiding van Robert Oppenheimer om plutonium en uranium te verrijken, van start gegaan. Het Los Alamos-laboratorium (Project Y) werd in 1943 in het leven geroepen met het oog op de bouw van een plutoniumbom en op 16 juli 1945 werd in Alamogordo (New Mexico) de allereerste kernsplijtingsproef met diezelfde bom (de Trinity) tot een succesvol einde gebracht. Het oorspronkelijke doel van de enorme industriële onderneming was zoals vermeld de productie van een atoombom die in het heetst van de strijd tegen nazi-Duitsland zou gebruikt worden. Tijdens zijn verblijf in Duitsland ter gelegenheid van de Potsdam Conferentie werd president Truman op de hoogte gebracht van de kernproeven die in de Mexicaanse woestijn hadden plaatsgevonden. Hij besliste dat hij gegarandeerd tot het gebruik van het nieuwverworven staaltje technologie zou overgaan als het Japanse verzet zou aanhouden.

Keuze van doelwit


Zodra in de zomer van 1945 duidelijk was geworden dat het gebruik van een atoombom tegen Japan noodzakelijk zou kunnen zijn, werden verscheidene commissies in het leven geroepen om de voor- en tegenargumenten ervan op een rijtje te zetten en bepaalde afwegingen te maken. Een van die commissies had als taak de mogelijke doelwitten in kaart te brengen. Die moesten voldoen aan een aantal voorwaarden; één daarvan was dat het steden moesten zijn die nog niet eerder gebombardeerd waren. Op de lijst van de commissie prijkten uiteindelijk 4 grote namen: Kyoto, Hiroshima, Kokura and Niigata.

Hiroshima


Op 6 augustus 1945 gooide de Amerikaanse B-29 bommenwerper 'Enola Gay', met piloot Paul Tibbets in de cockpit, de eerste atoombom 'Little Boy' (een uraniumbom) op Hiroshima. Op het moment van de impact woonden er ongeveer 340.000 mensen; als rechtstreeks gevolg van de ontploffing vielen er ruwweg 80.000 doden en 130.000 gewonden. Doordat er op dat moment een grote waterschaarste heerste, bezweken enorm veel mensen aan hun brandwonden. Sindsdien staat water symbool voor de herdenking van het incident en is het ook terug te vinden op veel herdenkingsmonumenten. Luitenant-Generaal Seijo Arisue, die aan het hoofd stond van het onderzoeksteam, rapporteerde dat de stad volledigd weggevaagd was. 90% van alle aanwezige dokters was bovendien of gedood of gewond en van de 55 ziekenhuizen die de stad telde, waren er nog slechts 3 bruikbaar. Amper drie maanden na de ontploffing waren 130.000 mensen van de 340.000 die er woonden, gestorven. Als gevolg van de bom stierven er tot 1950 continu mensen (zo'n 70.000) aan stralingsziekten en kankers, wat de teller op 200.000 zette. Tussen 1950 en 1980 kwamen daar nog 97.000 doden bij. Overlevenden voelden zich depressief en schuldig en berouwvol omdat meer dan de helft van de bevolking van de stad was overleden en zij gespaard waren gebleven. Pas jaren later kon er een gedetailleerde beschrijving geschreven worden van wat er was gebeurd. De initiële temperatuur in het kern van de explosie was tot enkele miljoenen graden Celsius opgelopen, waardoor lichamen simpelweg 'verdampten'. De klap brak ramen op een afstand van 15 kilometer. Gevels van gebouwen op 4 kilometer afstand vertoonden enorme brandschade, 90% van de gebouwen op 3 kilometer afstand waren verkoold en in een straal van 2 kilometer rond de ontploffing bleef niets dan as en puin over. Een oppervlakte van dertien vierkante kilometer was volledig vernietigd.

Nagasaki


Omdat de Japanners zelfs onder invloed van dit afgrijselijke schouwspel niet afweken van hun standpunten, besloten de Amerikanen tot een tweede nucleaire aanval op Japans grondgebied over te gaan. Het oorspronkelijke doelwit was Kokura, maar omdat de stad op het geplande tijdstip gehuld ging in wolken koos men ervoor Nagasaki te bombarderen. Op 9 augustus dropte de B-29 bommenwerper 'Bockscar' de atoombom 'Fat Man' (een plutoniumbom) op de havenstad. De bevolking was onverschillig geworden voor de sirenes die hen enkele minuten voordien nog hadden gewaarschuwd voor luchtaanvallen, omdat die de laatste tijd dikwijls te pas en te onpas loeiden. Ironisch genoeg hadden de omliggende heuvels en de schuilkelders eronder de inwoners kunnen redden indien ze de dreiging ernstig hadden genomen. De ontploffing van de bom was groter dan die van 'Little Boy', maar de impact ervan werd gereduceerd door de natuurlijke ligging van Nagasaki, dat zich temidden van grote heuvels bevond (mensen die op de Koda-heuvelrug woonden bleven gespaard). Volgens een verslag van de Amerikaanse 'U.S. Bombing Survey' uit 1953 had 'Fat Man' 35.000 doden, 60.000 gewonden en 5.000 vermisten tot gevolg. De Japanners hadden het over 20.000 doden en 50.000 gewonden, en later schatten ze het aantal doden alleen al op 87.000. De medische faciliteiten bleven beter overeind dan in Hiroshima, maar konden de gewondenhulp logistiek gezien niet aan. Op beide doelwitten had het afschuwelijke voorval bovenop het dodental een tweede spijtige uitwerking, in die zin dat het aanleiding gaf tot een nogal crue en hardnekkige 'genetische zuivering'. Wanneer in de toekomst een huwelijk, sollicitatie of een andere aangelegenheid van officiële aard gepland was, werden de kandidaten zorgvuldig gescreend. Als bij een huwelijk één van de 'betrokken partijen' na die screening ziek bleek te zijn of de bomaanslag bleek te hebben meegemaakt, werd hij of zij geweerd en ging het huwelijk niet door.

Capitulatie


Als klap op de vuurplijl was de Sovjet-Unie op 8 augustus, ondanks het non-agressiepact dat het met Japan ondertekend had, Mantsjoerije binnengevallen. De regering van Japan besloot na dit alles te capituleren op voorwaarde dat de soevereniteit van de keizer zou erkend worden. De Geallieerden lieten echter weten dat de regeringsvorm na het beëindigen van de oorlog slechts door de wil van het volk zou worden bepaald. Op 14 augustus 1945 kwam keizer Hirohito (die in 1926 de troon had bestegen en wiens regeerperiode de Shôwa werd genoemd) tussen door zelf aan te dringen op een volledige overgave. Op 15 augustus hield de keizer op de radio zijn historische toespraak, ook wel de 'gyokuonhôsô' genoemd (uitzending van de keizerlijke stem), waarin voor het eerst in de Japanse geschiedenis een keizer zich rechtstreeks richtte tot het volk (hoewel de toespraak een dag eerder was opgenomen op een grammofoonplaat). De toespraak zorgde overigens voor enige verwarring onder de luisteraars. De keizer sprak namelijk in verouderd Japans (dat de gemiddelde Japanner niet goed verstond), de kwaliteit van de geluidsopname was niet al te best en de keizer had het ten slotte niet over overgave, maar over 'het aanvaarden van de Verklaring van Potsdam'. De conservatieve krachten binnen de legertop voelden ondanks de twee atoombommen nog steeds niets voor een dergelijke oneervolle overgave en hadden de avond voordien nog geprobeerd de grammofoonplaat met de toespraak erop te vernietigen. Pittig detail: volgens geruchten zou de plaat vanuit het paleis in een wasmand met damesondergoed naar de radiostudio gesmokkeld zijn. Het capitulatiekabinet van Suzuki Kantarô trad af en werd opgevolgd door het Higashikuni Nomiya, aangesteld door de keizer. Op 2 september werd uiteindelijk de onvoorwaardelijke capitulatie officieel ondertekend aan boord van de U.S.S. Missouri, een Amerikaans slagschip in de baai van Tokyo. Voor Japan tekenden Minister van Buitenlandse Zaken Shigemitsu Mamoru en generaal Umezu Yoshijiro, voor de V.S. generaal Douglas MacArthur.

Terugblik

Binnen het Amerikaanse leger hadden velen gepleit voor een waarschuwing of een demonstratie van de afschrikwekkende kracht van de bom, zodat een eventueel doelwit door de Japanners ontruimd kon worden. De Amerikaanse legertop vond echter dat van een demonstratie geen sprake kon zijn omdat het Japanse leger dan bedacht zou zijn op de komst van één enkel vliegtuig, dat het ongetwijfeld zou neerschieten. De uiteindelijke komst van de 'Enola Gay' boven Hiroshima leidde dan ook tot het uitblijven van een reactie van de Japanners. Een waarschuwing van zulke aard werd ook afgewezen omdat men bang was dat de Japanners dan Amerikaanse krijgsgevangen in de stad zouden plaatsen. Anderen ijverden voor het gooien van een bommentapijt op Japan, dat in grootte vergelijkbaar zou zijn met een atoombom. Ook dat voorstel werd afgewezen omdat 'ouderwetse' bommentapijten in het verleden al meermaals uitgevoerd waren zonder enig resultaat.

Zestig jaar na datum roepen de bombardementen op Hiroshima en Nagasaki nog steeds tal van vragen op en woedt er nog steeds een hevige discussie over het al dan niet noodzakelijk zijn van kernwapens. Was het gebruik ervan wel degelijk gerechtvaardigd? Konden maatregelen van dit kaliber vermeden worden? Voorstanders ervan zeggen dat Japan een totale oorlog voerde waaraan de gehele bevolking meewerkte, en dat iedereen zich in zekere zin had schuldig gemaakt aan oorlogsdaden. Daarnaast wordt aangevoerd dat de oorlog zonder atoomaanvallen hoogstwaarschijnlijk veel langer had geduurd en een eventuele invasie nog meer mensenlevens (zowel aan Japanse als aan Amerikaanse kant) had opgeëist, omdat het verleden duidelijk had gemaakt dat de Japanners elk stukje grond tot de laatste snik zouden verdedigen. Tegenstanders wijzen dan weer op het feit dat de slachtingen werden aangericht onder onschuldige burgers en beweren dat Japan tegen het einde van 1945 zodanig verzwakt was dat het zich zeker zou hebben overgegeven (een argument dat natuurlijk niet slaafs mag nagevolgd worden, aangezien zulke informatie pas achteraf aan het licht is gekomen).

Toch mag de subjectiviteit langs Amerikaanse kant niet onderschat worden. Het is hoogst aannemelijk dat de Amerikaanse regering maar al te goed besefte dat Japan zich niet zou overgeven als er geen duidelijkheid bestond omtrent de toekomst van de dynastie en dat het gebruik van de atoombom prioriteit had gekregen op elke andere overweging. Het is dus goed mogelijk dat de regering van de V.S. welbewust en opzettelijk – want ze was op de hoogte van de Japanse voorwaarden én aanvankelijk bereid daar positief op in te spelen – de oorlog met Japan in een bepaalde richting heeft gestuurd met het oog op de demonstratie van haar nieuwe wapen aan de gehele wereld, maar in het bijzonder aan de Sovjet-Unie. De bommen hadden bijgevolg Japan als bestemming, maar waren eigenlijk niet bestemd voor Japan, en zo was de eerste grote operatie in de Koude Oorlog volbracht. Het is ook plausibel dat V.S. de oorlog met Japan simpelweg wilden beëindigen vooraleer de Sovjet-Unie eraan kon deelnemen, iets wat even goed gerealiseerd had kunnen worden door gewoon de eisen van de Japanners in te willigen.

Het is natuurlijk een onmiskenbaar feit dat door de agressieve politiek van Japan jegens buurlanden als China, Indonesië, Maleisië enz... veel andere landen betrokken raakten in een oorlog waar ze in se niets mee te maken wilden hebben. Het is ook zo dat uitgerekend Japan enorm veel burgerslachtoffers maakte en lelijk huishield bij de bezetting van steden als Nanking, waar ondanks de afwezigheid van Chinese militairen toch tussen de 200.000 en 300.000 burgers de dood vonden, en vele anderen verminkt, verkracht, mishandeld werden. Ook in strafkampen in Indonesië werden vele onschuldige Nederlandse burgers mishandeld en vermoord. Toch is het helaas een spijtig gegeven dat er in iedere oorlog ook burgerslachtoffers vallen, en hoewel we als toeschouwers nooit echt alle achtergronden en belangen bij de gemaakte politieke en militaire beslissingen kunnen begrijpen, lijkt het gebruik van de atoombommen überhaupt een juiste keuze te zijn geweest.

Het erkennen van de wreedheden en het aanbieden van de excuses kwam in Japan maar laat op gang. In de jaren zeventig was er incidenteel sprake van, en pas in de jaren tachtig gebeurde het veelvuldiger. Japanse politici die zich in binnen- of buitenland publiekelijk verontschuldigden, werden hiervoor bovendien in eigen land niet zelden op de vingers getikt. Dergelijke terechtwijzingen, alsook het feit dat dikwijls dezelfde loze woorden gebruikt werden, wekten in het buitenland de indruk dat de excuses niet erg gemeend waren.

In Japan blijven veel mensen in het licht van de gebeurtenissen een slachtofferrol op zich nemen (wat in nabeschouwing wel enigszins begrijpelijk is) en is het oorlogsverleden tot op heden een uiterst moeilijk gespreksonderwerp. Elk jaar worden de verschrikkingen van Hiroshima en Nagasaki herdacht, maar over de rol die Japan speelde in de Tweede Wereldoorlog wordt amper gesproken. Na 6 decennia wordt nog steeds met geen woord gerept over het aandeel van Japan in de Tweede Wereldoorlog. Een goed voorbeeld van die stilzwijgendheid is het Vredes- en Herdenkingsmuseum in Hiroshima. Het museum is een indrukwekkende aanklacht tegen het gebruik van nucleaire wapens. Foto’s van de slachtoffers en hun brandwonden, maquettes van de verwoeste stad, informatie over stralingsziekten en getuigenissen van de overlevenden benadrukken er de gevolgen van kernwapens, en volledige afdelingen van het museum zijn gewijd aan het verschaffen van informatie over kernwapens in het algemeen, en over recente kernproeven overal ter wereld in het bijzonder. Verstopt tussen de duizenden woorden op tientallen panelen in het museum zijn 2 opmerkingen die elk slechts iets miniems prijsgeven over het Japanse oorlogsverleden. De eerste opmerking luidt dat Japan deelnam aan de oorlog door een aanval op Pearl Harbor. De tweede luidt dat de keizer op 15 augustus via een radioboodschap berichtte dat Japan zich had overgegeven. De tentoonstelling wekt de indruk dat de V.S. de bommen enkel gooiden omdat ze naar het bewijs zochten van de vernietigende kracht ervan. De arme inwoners van Hiroshima werden, zo geeft de tentoonstelling ons mee, het slachtoffer van een willekeurig experiment. De manier waarop Japan met haar verleden omgaat, zorgt ervoor dat de betrekkingen met buurlanden als China moeizaam verlopen: in China verhevigde in april 2004 nog de anti-Japanse stemming toen aan het licht kwam dat de Japanse gruwelijkheden en oorlogsmisdaden die het beging voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog in Japanse geschiedenisboeken niet aan bod kwamen, dan wel gebagatelliseerd werden. Duizenden Chinezen liepen woedend de straat op en brachten vernielingen aan Japanse bedrijven in China aan. Ook liep het land al talloze investeringen in China mis om dezelfde reden.

Waarom maakt Japan, ondanks de hinder die het land ondervindt van zijn 'struisvogelgedrag', geen schoon schip met haar verleden? Waarom, als het Japanse geschiedenisonderwijs in die mate tekortschiet, besteden geschiedenisboeken en het Vredes- en Herdenkingsmuseum van Hiroshima niet gewoon meer aandacht aan de historische context van de atoombom? Japan is nog altijd niet bereid om onder ogen te zien dat het zelf de verantwoordelijkheid draagt voor de gebeurtenissen uit het verleden. Japans verkrampte houding t.o.v. de oorlog heeft in niet geringe mate te maken met de belangrijke rol van de keizer. Keizer Hirohito (overleden in 1989), was een oorlogsmisdadiger: in zijn naam werd Noord-China binnengevallen en werden later talloze Oost-Aziatische landen bezet. Het is onduidelijk in welke mate Hirohito zelf verantwoordelijkheid droeg, maar het is zeker dat hij op zijn minst actief deelnam in de regeringsvergaderingen die tot oorlogsdaden leidden, en volgens bepaalde aanwijzingen hoogst aannemelijk dat hij een grote stempel drukte op de genomen beslissingen. Het ligt momenteel erg gevoelig Hirohito ergens van te beschuldigen, of hem zelfs maar in een oorlogscontext ter sprake te brengen. De na-oorlogse regeringen, de huidige inclus, blijven voortborduren op dezelfde sentimenten en hebben te veel baat bij het keizerlijke systeem om kritiek erop te kunnen dulden. Mocht zulke kritiek er komen, zou immers de hele machtsstructuur van Japan uit balans kunnen raken...

Bronnen


Geef punten Gemiddeld 4.75
Aantal keer gelezen: 2926
Aantal scores: 28
Dagen sinds publicatie: 711

Wil je commentaar geven?

dit veld is verplicht
URI including http://www.
Typ de tekst in de afbeelding

Klik hier als de afbeelding onleesbaar is
Contacteer ons als je de tekst in deze afbeelding niet kan lezen
Jouw commentaar



Gerelateerde publicaties

woiiLeuven tijdens de Tweede Wereldoorlog: Met een tot open stad verklaard Brussel lag de stad Leuven op de laatste lokale Noord-Zuid verdedigingslijn van het Belgische leger dat de stad per 17-18/8/1914 aan de Duitse aanvaller prijs moest