oondi | Gratis artikels. Schrijf tegen betaling.


Auteur: madtice
Gepubliceerd: 2007-11-01 10:10:33
Laatste wijziging: 2007-10-29 18:36:53
Labels: docent les onderwijs orde
Print Print
E-mail E-mail
PDF PDF

VRIJDAG, 15:43.

Meneer Elber, de rector van de Wellington, zuchtte. Hij zat achterover gezakt in zijn leren stoel, met één hand moedeloos op tafel en de andere vegend aan zijn voorhoofd. Hij staarde naar de deur achter mijn stoel, een deur die elk moment open kon gaan.

   “U moet begrijpen dat mijn hersens net een stad zijn,” zei ik vriendelijk. “Al mijn gedachten, het zijn net gebouwen. Het ene gebouw verschilt enorm van de ander. Er is een stadscentrum waar belangrijke gedachten zich bevinden. Er is een buitenwijk voor gedachten die regelmatig langs komen. Er zijn zelfs kraakpanden, voor gedachten die ik eigenlijk niet mag hebben.” Ik glimlachte om de laatste metafoor.

   “Ik snap niet dat je nog kunt lachen, Broodshof,” sprak de rector ernstig. “Wat vandaag gebeurd is, is een gruwel.” Hij zuchtte weer.

   Ik keek opzij. Tegen de muur naast het raam stond meneer Ouderkerk van wiskunde. Hij was degene die me weggetrokken had uit de klas. “U begrijpt toch wel dat mijn hersens net een stad zijn?” Vroeg ik hem. Hij keek me even aan, maar richtte zijn blik daarna weer naar de grond. Er rolde een traan over zijn wang. “Soms breekt er een brand uit in de stad,” zei ik tegen hem en niemand in het bijzonder, “en die moet je dan blussen. Maar vandaag wilde de brandweer niet uitrukken. Ik heb de brand niet aangestoken, hoor. Dat heeft…”

   “Zou u misschien willen zwijgen, Broodshof!” Sprak meneer Elber plotseling. Hij veerde omhoog uit zijn stoel alsof hij van zijn eigen boosheid was geschrokken. Beide handen lagen even plat op het bureau. Toen hij ze wegtrok zag ik dat ze een zweetplek achterlieten. Hij keek naar meneer Ouderkerk. “Zijn ze er al?”

   Ik grinnikte. Ik aaide met mijn hand over mijn hoofd. Net Rome, dacht ik. Mijn stad was door de grote brand onherstelbaar beschadigd.

 

VRIJDAG, 14:54.

Mijn handen trilden. Ik merkte het aan het bibberige handschrift op het briefje. 7e uur 1C Joost Biel. Dat stond er. De laatste letter zag er uit als een treurwilg, zo krom. Zenuwachtig schoof ik het briefje naar de linker bovenhoek van het bureau. Ik keek er even naar en draaide het toen om.

   De zoemer ging. Het achtste uur brak aan. Ik keek op het lesrooster in mijn agenda. 2B, vrijdag het achtste en dus laatste uur, net als vorige week en de weken daarvoor. Met rode pen stond er een cirkel om 2B heen.

   De deur van het lokaal ging open. Als water door een gebroken dijk stroomde 2B het lokaal in. Kinderen duwden elkaar. Kinderen scholden op elkaar. Kinderen sloegen elkaar. Kinderen gooiden hun tassen tegen elkaar. Het was chaos, zoals altijd in 2B. Elke keer nam ik me weer voor om de chaos voor te zijn, om 2B het hoofd te bieden. Tot nu toe was het elke keer mislukt.

   “Goeiemiddag, Doodshoofd!”

   “Het is meneer Broodshof, jongeman,” zei ik. “Iets meer respect graag. Dat weet je zo onderhand toch wel?”

   De ‘jongeman’ smeet zijn gerafelde en bekladde tas op een tafel achter in de klas, gooide met geweld een raam open en stak toen zijn middelvinger naar me op.

   Jack.

   Mijn handen begonnen heviger te trillen.

 

Op de laatste vergadering van de sectie Nederlands werd mij door meneer Bres, de mentor van 2B, een getypt briefje in de handen gedrukt.

 

            Jack: ADHD. Zes keer ritalin per dag. Slechte thuissituatie: vader vaak afwezig,

moeder vemoedelijk alcoholiste. Verkeerde vrienden. Recht op ambivalente hulpverlening. Kan niet omgaan met structuur en gezag.

 

Met pen was er onder geschreven: zal zo spoedig mogelijk naar speciaal onderwijs vertrekken. Tot die tijd proberen in gareel te houden.

   Proberen in gareel te houden.

   Ik kan me de eerste dag dat ik les zou geven aan 2B nog herinneren. Jack stond me op de parkeerplaats op te wachten.

   “Zie je deze etui,” zei hij, en hield een zwarte etui omhoog waar zes dikke witte strepen op stonden. “Elke streep staat voor een docent die ik persoonlijk heb weggepest.”

   Ik keek hem even aan. Ik kende zijn reputatie nog niet. Ik lachte neerbuigend. Toen durfde ik dat nog. Jack boog zich naar me toe.

   “Eén van hen pleegde later zelfmoord,” fluisterde hij. “Men zei dat het kwam vanwege problemen thuis, maar ik weet wel beter.”

   Licht geërgerd duwde ik Jack opzij. Een geintje is leuk, maar dit vond ik te ver gaan. Ik kende Jack nog niet zo goed. Terwijl ik naar het schoolgebouw liep, merkte ik dat Jack bleef staan. Ik draaide me even om. Jack maakte van zijn rechterhand een pistool en bracht het naar zijn oog, alsof hij het op mij richtte. Ik schudde met mijn hoofd.

   Ambivalente begeleiding… een inrichting zal je bedoelen!

 

Ik probeerde de middelvinger van Jack niet te zien. De klas was inmiddels gaan zitten. Jack zat te praten met Nico. Nico is een meeloper, een geniepig ventje die mee surfte op de golf van populariteit die Jack onder de leerlingen voortstuwde.

   “Vandaag is onze eerste les poëzie,” zei ik toen het laatste geroezemoes wegstierf. Zelfs Jack hield even zijn mond. Poëzie, in 2B. Als ik  ’s avonds in bed lag te woelen, kon ik er soms zelfs om lachen. Poëzie was aan deze kinderen niet besteed. Deze kinderen moesten in een kinderboerderij of garage aan de slag, en zich niet bekommeren om poëzie. Ze gaven er niets om. Sinterklaasrijmpjes waren nog te hoog gegrepen. Poëzie, in 2B. Wie verzint zulke dingen? Welke ambtenaar op welk ministerie begrijpt niet dat Jack, Nico en al die anderen geen interesse hebben in datgene wat buiten hun belevingswereld ligt. Wie neemt de ondankbare taak op zich om die ambtenaar te vertellen dat de belevingswereld van 2B zich niet uitstrekt voorbij joints, vakantie en één hobby (meestal hangen op speelpleintjes)? Al die plannen van al die ambtenaren missen elke vorm van realiteitsbesef. Dit soort kinderen hebben hamers en spijkers nodig, geen lessen over ritme en metrum. Ze hebben kennis over metaalbewerking nodig, niet kennis over enjambementen en strofenbouw. Het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke rijm interesseert ze niets! Trochee, dactylus, anapest en amfibrachys zijn termen die je moet vervangen door termen als voeding, geit, borstel en melken. Zelfs Robin Williams en elke Dead Poet Society in tienvoud kan de interesse in poëzie in dit soort klassen niet opwekken. Poëzie, in 2B. Weet je hoe ze daar op reageren?

   “Poëzie is voor homo’s!” Schreeuwde Jack. De hele klas lachte. Behalve Dick. Dick was homo.

   “Poëzie is voor Dick!” Schreeuwde Nico. De hele klas lachte, behalve Dick en Jack. Jack lachte nooit om de grappen van Nico. Jack hield niet van meelopers.

   “Bek dicht, Nico,” commandeerde Jack, terwijl hij met een schaar in de tafel zat te kerven. Ik probeerde de schaar van Jack niet te zien.

 

Het gerucht ging dat de vader van Jack een ex-gedetineerde was, met TBS ervaring, en een ex-marinier. Of het waar was, wist niemand, maar het deed de reputatie van Jack veel goed. Men was bang van Jack. Ze zeiden dat de vader van Jack ook een lokaal drugskartel had opgezet. Nico vertelde me ooit, toen hij een keer moest nablijven, dat Jack altijd zei dat zijn vader alle maffia en oorlogsfilms thuis op DVD had ter inspiratie. Realiteit en illusie gaven Jack een bruggenhoofd om zijn beestachtige gedrag te rechtvaardigen.

 

Met grote letters kalkte ik een zin op het bord. De lettergrootte verborg mijn zenuwen. De zin liep schuin af naar beneden, omdat ik op mijn plek bleef staan terwijl ik schreef. Niemand maakte er echter een opmerking over, omdat niemand naar het bord keek. Jack had een poot van zijn tafeltje geschroefd en uit het raam gegooid.

   Hij bleef uitdagen. Hij bleef er voor zorgen dat je wel een keuze moest maken. Hij wilde dat je hem straf gaf, zodat hij tegen je in kon gaan. Hij ging de machtsstrijd altijd aan, en won meestal. Ik zuchtte. Het werd onrustig in mijn hoofd. Er brak een klein brandje uit in mijn stad van hersenen.

   “Let even op het bord, mensen,” zei ik zinloos tegen de klas. “Jack, jij gaat je na de les melden bij de conciërge.”

   Jack grinnikte enkele tellen, en stopte toen abrupt. Hij keek me aan. Er stond oorlog in zijn ogen. “En dat dacht jij, Doodshoofd?”

   “Ja, dat weet ik wel zeker.” Ik zette mijn handen in mijn zij alsof ik het meende. Er ging een siddering door de klas. Niet van angst, maar van opwinding. Ze hadden dit vaker meegemaakt. Een leraar die de strijd aanging met Jack. In negen van de tien gevallen won Jack.

   Ambivalente begeleiding… strafkamp zul je bedoelen!

   Jack kwam achter zijn omgevallen tafel vandaan en liep op me af met zijn schaar voor zich uitgestoken. “Wil jij dood of zo?”

   Al zes jaar gaf ik les op de Wellington. Net als alle andere docenten was mijn eerste jaar het zwaarst. De leerlingen weten dat je nieuw bent en proberen je uit. Ik had dan ook aardig wat ordeproblemen. Maar gelukkig stond er een sterk team voor me klaar om me te begeleiden. Vooral meneer Elber en meneer Ouderkerk hebben veel geholpen om mijn lessen ordelijker te laten verlopen. Ik leerde de geheimen van het lesgeven en boekte veel vooruitgang in de jaren die er op volgde. Totdat 2B kwam, met Jack. Meneer Ouderkerk vergeleek Jack wel eens met keizer Nero. Compleet geschift maar heel machtig onder zijn gelijken. Het hielp me niet veel. Vanaf die allereerste ontmoeting op de parkeerplaats had ik ruzie met Jack.

   “Dat is een bedreiging, Jack,” zei ik, en zette een stap achteruit. Ik stond tegen het bord aan en voelde mijn zwarte trui wit worden van het krijtstof. “Ik kan daarvan aangifte doen, Jack.”

   “Maakt mij dat nou uit,” zei Jack rustig. “Dat doet mij niets. Jullie kunnen mij niets maken.” Hij liep nog steeds dreigend op me af, stapje voor stapje. De kinderen van 2B keken hem aan met een combinatie van angst en bewondering in hun ogen. Ze wisten niet zo goed wat ze moesten doen, daarom lieten ze zich maar alles gebeuren. Jack prikte met de schaar naar voren. Er stond een speelse glimlach op zijn gezicht, een glimlach voor berusting.

   “Jack, nu kappen,” zei ik. Het kleine brandje in mijn stad laaide plotseling op. Van heel zenuwachtig werd ik ineens heel boos, en toen plotsklaps heel rustig. Ik ontspande mijn schouders, en liet mijn armen zakken. Ik keek Jack recht in zijn ogen aan. Jack bleef staan op drie stappen afstand. De schaar zakte een klein beetje naar beneden.

   “Je hebt gelijk, Jack, je hebt gelijk.” Ik zette een stap naar hem toe. Jack hield de schaar onmiddellijk weer omhoog, maar nu als verdediging in plaats van aanval.

   “Je hebt gelijk, Jack. Ze kunnen ons niets maken. Niemand doet ons iets. Het maakt ons niet uit. Regels tellen alleen als je er door geïntimideerd wordt.” Ik zette nog een stap en stond nu met mijn borst tegen de schaar. “Moeilijk woord, ‘geïntimideerd,’ hè Jack? Dat ken jij niet, toch? Dat komt omdat jij dom bent… Jack.” Ik pakte rustig de hand met de schaar en trok de schaar er uit. “En ik slim.”

   Jack stond bewegingloos naar me te kijken. Ik voelde zijn macht wegstromen en over de vloerbedekking weg vloeien naar buiten. Ik zag zijn hart kloppen in de aderen in zijn hals. Ik zag zijn hals. Ik zag zijn strottenhoofd. Ik zag de schaar in mijn hand. Ik zag alles waar Jack voor stond. Toen braken er honderden branden uit in de stad.

   “Doodshoofd?”

   “Nero!”


Geef punten Gemiddeld 0.00
Aantal keer gelezen: 217
Aantal scores: 0
Dagen sinds publicatie: 399

Wil je commentaar geven?

dit veld is verplicht
URI including http://www.
Typ de tekst in de afbeelding

Klik hier als de afbeelding onleesbaar is
Contacteer ons als je de tekst in deze afbeelding niet kan lezen
Jouw commentaar



Gerelateerde publicaties

docentBlauwe lettertjes: ‘Mensen, bekken dicht en zitten. Marijn, laat die stoel staan, anders ga je met je kop tussen mijn laatje.’    Begin de geschiedenisles met een duidelijk introductie, zeiden ze
lesBlauwe lettertjes: ‘Mensen, bekken dicht en zitten. Marijn, laat die stoel staan, anders ga je met je kop tussen mijn laatje.’    Begin de geschiedenisles met een duidelijk introductie, zeiden ze
onderwijsBlauwe lettertjes: ‘Mensen, bekken dicht en zitten. Marijn, laat die stoel staan, anders ga je met je kop tussen mijn laatje.’    Begin de geschiedenisles met een duidelijk introductie, zeiden ze
ordeBlauwe lettertjes: ‘Mensen, bekken dicht en zitten. Marijn, laat die stoel staan, anders ga je met je kop tussen mijn laatje.’    Begin de geschiedenisles met een duidelijk introductie, zeiden ze