Enkele jaren geleden kwam ik op het idee een boekje te schrijven.
Alles wat ik niet was, ging over anekdotes uit mijn jeugd, soms heel grappig, soms heel ontroerend.
Dat het dingetje niet voor publicatie geschikt was leek me eerder bijkomstig.
Door het schrijven van het boekje, tijdens de lange donkere wintermaanden had ik de schrijversmicrobe te pakken.
Ik schreef een tweede boekje, Rimpels op het water” , een jeugdverhaal over een avontuurlijke zeiltocht naar de kanaaleilanden.
Een souvenir van een verlaten strand die voor heel wat opschudding zorgt en de lezer mee neemt naar de eerste en tweede wereldoorlog.
Een gekke fotograaf die zijn eigen kinderen en die van zijn vrienden uit de nesten moet gaan halen op Jersey.
Het derde boek is nog in opmaak en speelt zich af in drie tijdperken. Door een samenloop van omstandigheden komen twee jongeren terecht in de hippie tijd, het Amerika van 1967. Met zijn hippie communes, popfestivals en hippie cultuur.
Het boek verteld veel over de tijdsgeest, de nonchalante, naïeve houding van de hippie generatie die in hun roes van drugs, vrije liefde en impulsief gedrag onbestaande idealen wil laten afspiegelen.
De hoofdrolspelers komen eigenlijk eerder toevallig hier terecht. Het eigenlijke doel van de tijdreis is het oude Japan anno 1867.
Waar ze dan ook via vele omwegen terecht komen.
De zoektocht van Xenia en Tommy die opnieuw eindigt in 1984, waar ze oorspronkelijk vandaan komen.
Omdat boeken van onbekende schrijvers niet verkopen, laat staan worden gepubliceerd stil ik mijn honger aan andere bronnen.
Zijnde het internet waar menig van mijn pennenvruchten zich manifesteren